Feedback geven tussen de gesprekken door
Het formele evaluatiegesprek heeft zijn plaats, maar de feedback die gedrag echt verandert, wordt ertussenin gegeven: kort na het moment zelf, in een paar zinnen. Wie alles opspaart voor het jaargesprek, geeft feedback op dingen die niemand zich nog herinnert.
Waarom opsparen niet werkt
Feedback werkt op versheid. "Vorige week bij die klant onderbrak je je collega drie keer" is bruikbaar; "je mag wat meer ruimte laten in gesprekken" elf maanden later is dat niet. Bovendien maakt opsparen het gesprek zwaarder dan nodig: tien opgespaarde punten voelen als een aanklacht, één punt op het moment zelf als een hulp.
Klein houden is de kunst
- Benoem wat je zag, niet wie iemand is. Gedrag kan iemand aanpassen, een karakteroordeel niet.
- Doe het snel en kort. Twee minuten dezelfde dag verslaan een agendapunt volgende maand.
- Geef ook positieve feedback expliciet. "Goed gedaan" is vaag; benoem wat precies goed was, dan wordt het herhaald.
- Vraag er zelf om. Een teamleider die zichtbaar met feedback aan de slag gaat, maakt het voor het team normaal om ze te geven.
Noteer wat blijft hangen
Losse feedback hoeft geen verslag, maar patronen wel. Merk je dat hetzelfde punt terugkomt, noteer het dan kort bij de medewerker. Zo bouw je doorheen het jaar het materiaal op waarmee het formele gesprek concreet wordt, in plaats van een reconstructie uit het geheugen.
In Tilly leg je die aantekeningen en afspraken vast bij de evaluaties en doelen van de medewerker, zodat het jaargesprek verder bouwt op wat er al ligt. Zie de kennisbank.